ECLI:NL:CRVB:2025:1337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage AOV en kledingkosten
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor vervoerskosten van het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) en voor kledingkosten tot €1.500,-. Het college kende €1.000,- toe voor kleding en weigerde bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van het AOV, omdat dit als een toereikende voorliggende voorziening geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kende appellante een schadevergoeding toe wegens termijnoverschrijding. Appellante voerde aan dat er zeer dringende redenen waren voor extra bijstand vanwege haar medische en financiële situatie, en dat het college onzorgvuldig had gehandeld door geen medisch advies in te winnen.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om een acute noodsituatie aan te tonen en dat het college niet verplicht was de GGD opnieuw te raadplegen. Ook was geen toezegging van €1.500,- voor kledingkosten gebleken, slechts €1.000,- was toegezegd door een directiesecretaresse. Het moeizame proces en het ontbreken van medisch onderzoek konden het college niet worden tegengeworpen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding. De toekenning van €1.000,- voor kleding en de afwijzing van bijzondere bijstand voor de AOV-eigen bijdrage blijven van kracht.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage AOV en de toekenning van €1.000,- voor kledingkosten worden bevestigd.