ECLI:NL:CRVB:2024:978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet voldoen onderhoudseis ondanks financiële problemen
Appellant, woonachtig in Nederland, verzocht kinderbijslag voor zijn drie dochters die in Marokko wonen bij hun moeder. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de wettelijke onderhoudseis van minimaal €433 per kind per kwartaal had voldaan. De rechtbank bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de onderhoudseis in zijn situatie onevenredig is, omdat hij door schulden en curatele financieel niet in staat is het normbedrag te voldoen. Hij stelde dat zonder kinderbijslag zijn kinderen niet verzorgd kunnen worden, mede vanwege een wijziging in het socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko die vanaf 2021 kinderbijslag voor zijn kinderen uitsluit.
De Raad oordeelde echter dat de onderhoudseis uit het Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK) in algemene zin het evenredigheidsbeginsel kan doorstaan. De individuele omstandigheden van appellant rechtvaardigen volgens de Raad geen uitzondering op deze norm. Hoewel kinderbijslag een belangrijke financiële ondersteuning is, geldt het niet als een laatste vangnet. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet onredelijk bezwarend is en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van de rechtbank en liet de weigering van kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2020 in stand. Tevens wees de Raad het verzoek van appellant om vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens niet voldoen aan de onderhoudseis.