ECLI:NL:CRVB:2024:940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding vervoerskosten op grond van Wmo 2015 ondanks verzoek bovenregionale vergoeding
Appellant, met diverse gezondheidsproblemen, ontvangt al geruime tijd een vervoerskostenvergoeding van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag op grond van de Wmo 2015. Het college heeft deze vergoeding trapsgewijs verlaagd en gehandhaafd op 50 euro per vier weken, met verwijzing naar gemeentelijke regelgeving die de vergoeding beperkt tot lokaal vervoer binnen Haaglanden.
Appellant voerde aan dat hij vanwege essentieel contact met vrienden en familie buiten de regio recht heeft op vergoeding van bovenregionale vervoerskosten, omdat hij geen gebruik kan maken van Valys en anders in sociaal isolement zou raken. De rechtbank oordeelde dat het college niet verplicht is bovenregionale vervoerskosten te vergoeden en dat de vergoeding toereikend is om zelfredzaamheid en participatie te waarborgen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af. De Raad benadrukt dat appellant onvoldoende onderbouwing heeft geleverd om het oordeel van de rechtbank te betwijfelen en bevestigt dat de vergoeding passend is binnen de geldende regelgeving. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot beperking van de vervoerskostenvergoeding blijft in stand.