ECLI:NL:CRVB:2024:800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroepsziekte Thoracic Outlet Syndroom bij politieambtenaar
Appellante, werkzaam bij de politie sinds 2007, werd in 2015 gediagnosticeerd met Thoracic Outlet Syndroom (TOS). Zij verzocht de korpschef om dit als beroepsziekte te erkennen, maar dit werd in 2016 afgewezen wegens ontbreken van een causaal verband tussen haar werkzaamheden en het TOS. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten voortkomen uit de door haar verrichte werkzaamheden en een verkeerd ingerichte werkplek, waarbij zij de medische rapporten van de verzekeringsarts en vaatchirurg betwistte. De Raad oordeelde echter dat de deskundigenrapporten voldoende onderbouwd zijn en dat er geen repeterende bewegingen boven schouderhoogte plaatsvinden die TOS kunnen veroorzaken.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor het causaal verband tussen haar werkzaamheden en het TOS. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het TOS wordt niet als beroepsziekte erkend.