ECLI:NL:CRVB:2024:761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogensoverschrijding zonder toepassing interingsnorm
Appellante heeft bijstand ontvangen op grond van de Participatiewet, maar het college heeft deze bijstand ingetrokken en teruggevorderd omdat zij beschikte over een vermogen dat de vrijlatingsgrens overschreed. Appellante stelde dat het college bij de intrekking rekening had moeten houden met de interingsnorm, waardoor zij vanaf 13 oktober 2021 weer recht op bijstand zou hebben gehad.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en het besluit van het college in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de interingsnorm niet geldt bij intrekking van bijstand wegens vermogensoverschrijding. De interingsnorm is bedoeld voor de beoordeling aan het begin van de bijstand en niet voor terugwerkende intrekking.
De Raad benadrukt dat het enkele feit van een overschrijding van het vrij te laten vermogen een toereikende grondslag vormt voor intrekking en terugvordering. Appellante heeft niet toegelicht waarom het college de menselijke maat zou hebben verloren. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het bestreden besluit blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.