ECLI:NL:CRVB:2024:550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of onjuiste eerdere beoordeling
Appellant heeft sinds 2007 meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die steeds is afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening van het oorspronkelijke besluit rechtvaardigden. In 2020 diende appellant opnieuw een aanvraag in, met de stelling dat sprake is van autisme en beperkingen door ADHD, die niet waren meegewogen in de eerdere beoordeling.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de nieuwe informatie onvoldoende aanleiding gaf om het besluit van 2007 te herzien. De Raad volgt dit oordeel en overweegt dat de diagnose ADHD later is gesteld en niet leidt tot een andere beoordeling van de arbeidsongeschiktheid rond de achttiende verjaardag van appellant.
De Raad concludeert dat het Uwv terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit van 4 december 2007. Er is geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag en het oorspronkelijke besluit was niet onjuist. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat geen nieuwe feiten of onjuiste eerdere beoordeling zijn vastgesteld.