Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft verzocht om terug te komen op de beëindiging van zijn WAO-uitkering per 1 april 1992 en 23 augustus 1994 en om een Wajong-uitkering toe te kennen. Het verzoek werd door het Uwv afgewezen na verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het Uwv terecht het verzoek heeft afgewezen. Uit de medische rapporten blijkt geen aanleiding voor herziening van de besluiten. De klachten van appellant zijn niet wezenlijk anders dan eerder beoordeeld, en er is geen bewijs dat appellant op zijn 18e jaar zodanig beperkt was dat hij recht had op een Wajong-uitkering.
Appellant voerde aan dat hij destijds niet alle klachten had erkend en dat hij beperkt was door ASS en ME/CVS, maar de Raad volgde de verzekeringsarts die stelde dat deze nieuwe diagnoses geen aanleiding geven tot herziening. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de procedure binnen de toegestane termijn is afgerond.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering en toekenning van een Wajong-uitkering wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt geweigerd.