ECLI:NL:CRVB:2024:426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks vermoeidheidsklachten
Appellante ontvangt sinds 1997 een Wajong-uitkering wegens ernstige vermoeidheidsklachten. Het UWV heeft in 2017 vastgesteld dat zij arbeidsvermogen heeft, waardoor haar uitkering per 1 januari 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de onderzoeken zorgvuldig waren en appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige benoemd, die concludeerde dat appellante inderdaad over basale werknemersvaardigheden beschikt, ten minste één uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is, ondanks haar schildklieraandoening en vermoeidheidsklachten. Appellante voerde aan dat haar situatie niet voldoende in het rapport was toegespitst en dat rust liggend noodzakelijk is, maar de deskundige en het UWV weerlegden dit.
De Raad oordeelt dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend is en volgt dit oordeel. De verlaging van de Wajong-uitkering blijft daarom in stand. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018 wordt bevestigd.