ECLI:NL:CRVB:2024:2462
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na bereiken AOW-leeftijd ondanks betwisting schadevergoeding
Appellant ontvangt sinds april 1995 bijstand omdat hij bijstandbehoevend was. Op 15 juli 2020 heeft het college besloten de bijstand per 1 juli 2020 in te trekken, omdat appellant de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en recht heeft op een pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).
De rechtbank Limburg heeft dit besluit op 4 januari 2022 bevestigd door het beroep ongegrond te verklaren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bijstand als schadevergoeding was verstrekt en daarom ook na het bereiken van de AOW-leeftijd zou moeten worden voortgezet.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat uit de stukken geen aanwijzing blijkt dat de bijstand als schadevergoeding is toegekend. De bijstand werd verstrekt op grond van de Algemene Bijstandswet, de Wet werk en bijstand en de Participatiewet omdat appellant bijstandbehoevend was. De AOW is een voorliggende voorziening die het recht op bijstand uitsluit vanaf het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Omdat het hoger beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt appellant het betaalde griffierecht niet terug en is een kostenvergoeding niet aan de orde.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand na het bereiken van de AOW-leeftijd wordt bevestigd omdat de bijstand niet als schadevergoeding is toegekend.