ECLI:NL:CRVB:2024:2378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering voorschotten bijstand en belangenafweging college Rotterdam
Appellant diende op 26 juni 2019 een aanvraag om bijstand in en ontving drie voorschotten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college wees de bijstand af en vorderde de voorschotten van in totaal € 2.681,- terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad vernietigde dit besluit omdat het college geen belangenafweging had gemaakt bij de terugvordering.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit waarbij het de terugvordering verlaagde naar € 1.781,- door af te zien van terugvordering van het derde voorschot. Appellant stelde dat de lange duur van de besluitvorming een onevenwichtige belangenafweging opleverde, mede verwijzend naar de werkwijze van het UWV. De Raad oordeelt dat het college een juiste belangenafweging heeft gemaakt, waarbij het uitgangspunt is dat voorschotten altijd terugbetaald moeten worden.
De Raad benadrukt dat het college niet verplicht is voorschotten terug te vorderen, maar bij de uitoefening van die bevoegdheid een belangenafweging moet maken. De Raad vindt dat het college dit op juiste wijze heeft gedaan, rekening houdend met de financiële situatie van appellant en de wettelijke termijnen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 1.781,- blijft in stand.