ECLI:NL:CRVB:2024:2343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hervatting WAO-uitkering per 8 januari 2022 na schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1990 een WAO-uitkering en verhuisde in 2014 naar België. Het UWV stuurde herhaaldelijk verzoeken om een verklaring van in leven zijn, die appellant niet tijdig retourneerde, waardoor de uitkering in december 2020 werd beëindigd. Pas in november 2021 ontving het UWV de verklaring, maar de feitelijke woonplaats van appellant was toen nog onduidelijk.
Het UWV ontving op 1 februari 2022 een uittreksel uit het vreemdelingenregister waaruit bleek dat appellant per 8 januari 2022 was ingeschreven op een adres in België. Het UWV hervatte daarop de uitkering per die datum, wat appellant betwistte en meende dat de uitkering met terugwerkende kracht per 1 december 2020 had moeten worden hervat.
De rechtbank oordeelde dat de uitkering niet eerder kon worden hervat dan de dag waarop appellant aan zijn verplichtingen voldeed en dat de schending van de hoorplicht niet leidde tot benadeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af, omdat het UWV pas per 8 januari 2022 de rechtmatigheid van de uitkering kon vaststellen.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant is terecht hervat per 8 januari 2022 en niet met terugwerkende kracht.