Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.Partijen zijn verdeeld over de vraag of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van het ontbreken van arbeidsvermogen in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2019. Het Uwv weigerde de uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was, een standpunt dat door de rechtbank werd gevolgd na aanvullend psychiatrisch en neuropsychologisch onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het Uwv onvoldoende had onderbouwd waarom het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam ontbrak, maar na aanvullend onderzoek concludeerde dat er geen betrouwbare psychiatrische stoornis was vastgesteld en dat de situatie niet duurzaam was.
In hoger beroep voerde appellant nieuwe medische rapporten aan, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het Uwv aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De Raad benadrukte dat duurzaamheid betekent dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen, en dat het Uwv niet hoeft te bewijzen dat arbeidsvermogen zal terugkeren, maar wel dat dit niet uitgesloten is. Het rapport van psychiater Stek bevestigde dat er geen ingrijpende psychiatrische stoornis was die het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam zou maken.
De Raad concludeert dat de weigering van de Wajong-uitkering terecht is en dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de kostenveroordeling blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.