ECLI:NL:CRVB:2024:2221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting prestatiebeurs in gift wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving studiefinanciering sinds 1 augustus 2008 en vroeg om omzetting van haar prestatiebeurs in een gift na het behalen van haar diploma. De minister had echter bij besluit van 9 april 2019 vastgesteld dat de prestatiebeurs niet was omgezet en startte de terugbetalingsperiode van haar studieschuld. Appellante diende haar bezwaar tegen dit besluit te laat in, wat door de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het besluit op 9 april 2019 rechtsgeldig op Mijn DUO was geplaatst en daarmee bekendgemaakt. Appellante had toegang tot het systeem en had binnen zes weken bezwaar moeten maken. Haar argumenten over het ontbreken van een notificatiemail en de werking van het geautomatiseerde systeem werden verworpen. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar aangemerkt omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die haar verzuim konden rechtvaardigen.
De Raad wees er tevens op dat appellante haar diploma buiten de diplomatermijn heeft behaald, waardoor omzetting in een gift niet aan de orde is, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond. Appellante kan hiervoor een apart verzoek indienen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.