ECLI:NL:CRVB:2024:2129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan omdat zij op haar achttiende verjaardag geen arbeidsvermogen zou hebben door psychische klachten en epilepsie. Het UWV weigerde de uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat medische en arbeidsdeskundige rapporten aannemelijk maakten dat appellante met adequate interventies haar belastbaarheid en arbeidsvermogen kan verbeteren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij uitbehandeld is en blijvend geen arbeidsvermogen heeft, maar de Raad volgde dit niet. De Raad oordeelde dat het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat er een reëel perspectief is op verbetering van haar arbeidsvermogen, mede gezien lopende en geplande behandelingen zoals EMDR.
De Raad benadrukte dat duurzaamheid betekent dat er geen perspectief op herstel is, wat hier niet het geval is. Het beoordelingskader van het UWV en het Compendium Participatiewet zijn toegepast. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering blijft staan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.