ECLI:NL:CRVB:2024:212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor dieetkosten wegens ontbreken medische noodzaak en geen gerechtvaardigd vertrouwen
Appellante ontving aanvankelijk bijzondere bijstand voor dieetkosten op basis van een medisch advies uit 2019. Latere adviezen van de GGD in 2021 stelden echter dat er geen medische noodzaak bestond voor extra dieetkosten. Het college wees daarop de nieuwe aanvragen af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij op grond van het eerdere advies mocht vertrouwen op recht op bijstand voor drie jaar en dat er wel degelijk een medische noodzaak was. De Raad oordeelde dat het eerdere advies geen toezegging inhield voor drie jaar en dat het college terecht op de latere adviezen mocht afgaan.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij om medische redenen een dieet moet volgen dat extra kosten met zich meebrengt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor dieetkosten wordt bevestigd wegens ontbreken van medische noodzaak en geen gerechtvaardigd vertrouwen.