Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
eventueelaan de orde kan zijn.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf april 2013 een Ziektewet-uitkering die onterecht werd doorbetaald naast een WW-uitkering, waarna het UWV in 2014 een terugvordering instelde van €9.716,86. Appellant verzocht om kwijtschelding, maar het UWV wees dit af op grond van onvoldoende aflossingscapaciteit en wettelijke voorwaarden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanaf 2017 aan de voorwaarden voor kwijtschelding voldeed en dat het UWV onjuiste informatie had verstrekt, waardoor volledige kwijtschelding terecht was. Het UWV wijzigde daarop het besluit en schold de helft van de vordering kwijt, onder voorwaarde van terugbetaling van de andere helft.
De Raad oordeelt dat appellant niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor volledige kwijtschelding, maar dat de gedeeltelijke kwijtschelding passend is gezien de gerechtvaardigde verwachtingen gewekt door eerdere mededelingen van het UWV. Het beroep tegen het gewijzigde besluit wordt afgewezen, het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen, en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit van het UWV wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het gewijzigde besluit wordt afgewezen en gedeeltelijke kwijtschelding bevestigd.