ECLI:NL:CRVB:2024:2055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 42,60% per 31 augustus 2022
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV op 42,60% per 31 augustus 2022. Hij stelde dat hij meer beperkingen heeft en niet in staat is de geselecteerde functies te vervullen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom sommige voorbeeldfuncties geschikt waren. Na een tussenuitspraak herzag het UWV het besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid onveranderd vast op 42,60%, met een nieuwe uitlooptermijn.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege een ernstige angststoornis en persoonlijkheidsproblematiek. Ook betwistte hij de geschiktheid van bepaalde functies vanwege persoonlijk risico en de belasting van staan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was uitgevoerd, ook in het kader van het Verdrag tussen Nederland en Turkije. De Raad vond dat het UWV de functies adequaat had gemotiveerd en dat de overschrijdingen van staan binnen aanvaardbare grenzen lagen. Het hoger beroep werd afgewezen en de vaststelling van 42,60% arbeidsongeschiktheid bleef in stand.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 42,60% per 31 augustus 2022 wordt bevestigd.