ECLI:NL:CRVB:2024:2004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) telkens heeft geweigerd deze toe te kennen. De aanvragen en bezwaren zijn gebaseerd op medische informatie, waaronder een brief van een behandelend psycholoog die een diagnose PTSS stelt. Het Uwv concludeerde echter dat er geen objectiveerbare medische informatie beschikbaar is over de situatie van appellante rond haar achttiende verjaardag en de vijf jaar daarna, de relevante periode voor de Wajong.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van het Uwv ongegrond verklaard, omdat de medische informatie niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden kan worden aangemerkt in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de brief van de psycholoog en andere medische stukken niet leiden tot een herbeoordeling, aangezien zij geen informatie bevatten over de relevante periode rond de achttiende verjaardag van appellante.
De Raad benadrukt dat de bewijslast bij een laattijdige, herhaalde aanvraag bij de aanvrager ligt en dat het ontbreken van objectiveerbare gegevens over beperkingen in de relevante periode voor rekening en risico van appellante komt. Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft en appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.