Appellante, een transgender persoon die een geslachtsverandering heeft ondergaan, vroeg bijzondere bijstand aan voor de legeskosten van een nieuw verblijfsdocument. Het college wees de aanvraag af, stellende dat legeskosten incidentele, algemeen noodzakelijke kosten zijn die uit de bijstandsnorm betaald moeten worden. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de legeskosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, omdat alleen transgender vreemdelingen tussentijds een nieuw verblijfsdocument moeten aanvragen vanwege een geslachtswijziging. De Raad overwoog dat een geslachtsverandering een zeer uitzonderlijke gebeurtenis is en dat de legeskosten daardoor niet als algemene kosten kunnen worden gezien.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit van het college, en kende appellante bijzondere bijstand toe tot een bedrag van € 135,-. Tevens kreeg appellante een vergoeding voor gemaakte proceskosten en griffierechten. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en het college veroordeeld in de kosten van appellante.