ECLI:NL:CRVB:2024:190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering IOAZ-uitkering wegens niet gemelde schoonmaakwerkzaamheden
Appellanten ontvingen sinds 26 oktober 2018 een IOAZ-uitkering. Naar aanleiding van een anonieme melding over schoonmaakwerkzaamheden van appellante, voerde de gemeente Tilburg een onderzoek uit. Dit leidde tot het besluit van 12 mei 2020 om de uitkering met ingang van 26 oktober 2018 in te trekken en de ten onrechte betaalde bedragen van € 25.322,37 terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond omdat zij de inlichtingenverplichting hadden geschonden door de werkzaamheden en inkomsten niet te melden. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij recht hadden op de uitkering in de betreffende periode, mede door het ontbreken van verifieerbare administratie en tegenstrijdige verklaringen.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij alsnog duidelijkheid hadden verschaft over hun financiële situatie, maar de Raad oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere standpunten zonder nieuw bewijs. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en liet de intrekking en terugvordering in stand. Appellanten kregen geen vergoeding van kosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de IOAZ-uitkering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.