ECLI:NL:CRVB:2024:1798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-dagloon wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om herziening van het in 1999 vastgestelde WAO-dagloon, stellende dat het UWV onjuiste gegevens had gebruikt bij de dagloonvaststelling, met name dat zijn dienstverband bij een slopersbedrijf onvolledig was meegenomen.
Het UWV wees het verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk nieuwe feiten had aangeleverd, waaronder pensioenoverzichten en getuigenverklaringen, en dat hij destijds door medische redenen niet adequaat tegen het besluit kon opkomen.
De Raad oordeelt dat de aangevoerde stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat ze geen concrete gegevens bevatten die het oorspronkelijke besluit onjuist maken. Ook is niet gebleken dat het besluit evident onredelijk is. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het UWV heeft terecht het dagloon niet herzien.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV heeft terecht geweigerd het WAO-dagloon te herzien.