ECLI:NL:CRVB:2024:1757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van terugwerkende kracht IVA-uitkering bij herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 2008 volledig arbeidsongeschikt verklaard, verzocht in 2022 om herbeoordeling van zijn WGA-uitkering naar een IVA-uitkering. Het Uwv kende deze toe met ingang van 16 maart 2022, maar de rechtbank stelde de ingangsdatum vast op 16 maart 2021, 52 weken voorafgaand aan het herbeoordelingsverzoek. Appellant stelde dat zijn uitkering eerder, in 2008 of 2012, had moeten ingaan vanwege zijn ernstige psychiatrische problematiek.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat appellant geen bijzonder geval heeft aangetoond dat een terugwerkende kracht van meer dan 52 weken rechtvaardigt. De Raad baseert zich op medische rapporten, waaronder die van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die concluderen dat appellant redelijkerwijs niet kan worden vrijgesteld van verzuim voor het late verzoek.
De Raad overweegt dat de door appellant ingebrachte medische stukken en brieven van de huisarts onvoldoende onderbouwing bieden om te concluderen dat hij door zijn psychische klachten of medicatiegebruik niet eerder een herbeoordeling kon aanvragen. Ook het argument dat appellant onvoldoende geïnformeerd was over zijn rechten wordt verworpen. De Raad bevestigt daarmee de wettelijke beperking van terugwerkende kracht tot maximaal 52 weken voorafgaand aan het verzoek om herbeoordeling.
Uitkomst: De IVA-uitkering van appellant gaat in per 16 maart 2021 en het hoger beroep wordt afgewezen wegens ontbreken van een bijzonder geval.