Uitspraak
8 november 2021, 21/285 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft sinds 2002 meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die telkens door het UWV zijn afgewezen omdat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. Het verzoek om terug te komen op de weigering uit 2003 is eveneens afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en liet het besluit in stand.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er wel nieuwe feiten en omstandigheden zijn, waaronder een neuropsychologisch rapport en de samenhang van verschillende diagnoses, die onvoldoende zijn meegewogen. De Centrale Raad van Beroep heeft dit betoog onderzocht en oordeelt dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven tot herziening.
De Raad concludeert dat de medische stukken, waaronder het neuropsychologisch rapport, geen nieuwe beperkingen of relevante gegevens bevatten die het eerdere besluit zouden wijzigen. Ook is geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waardoor het verzoek om terug te komen op de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de weigering van de Wajong-uitkering wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.