ECLI:NL:CRVB:2024:1721
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij terugvordering WGA-uitkering
Appellant was geconfronteerd met terugvordering van een te veel ontvangen WGA-uitkering over 2021 door het UWV. Het UWV had twee besluiten genomen waarin bedragen van respectievelijk € 10.934,25 en € 10.620,35 werden teruggevorderd en ingevorderd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Rotterdam.
In hoger beroep stelde appellant geen inhoudelijke gronden meer tegen de terugvordering, maar vorderde hij dat het UWV hem excuses zou aanbieden en dat het UWV zou worden veroordeeld tot vergoeding van zijn advocaatkosten en het griffierecht. Hij stelde dat het UWV hem in juli 2020 verkeerd had geïnformeerd over zijn recht op een WGA-loonaanvullingsuitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen procesbelang heeft bij zijn verzoeken om excuses en kostenvergoeding, omdat deze louter principieel van aard zijn en het besluit van 29 december 2020 buiten de procedure valt. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.