ECLI:NL:CRVB:2024:1685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-aanvraag wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid ondanks aanvullende medische onderbouwing
Appellante, werkzaam als opticien, vroeg per 18 januari 2020 een WIA-uitkering aan wegens diverse klachten waaronder burn-out en migraine. Het Uwv stelde vast dat zij 30,83% arbeidsongeschikt was en wees de aanvraag af. Na bezwaar en beroep bleef dit besluit gehandhaafd door de rechtbank Roermond. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij meer beperkingen heeft, maar de Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een zorgvuldige en consistent gemotiveerde beoordeling gaf, inclusief een preventieve urenbeperking.
De deskundige concludeerde dat appellante een psychiatrische stoornis heeft, maar geen cognitieve beperkingen die tot extra arbeidsongeschiktheid leiden. De arbeidsdeskundige bevestigde dat appellante met de aangepaste beperkingen nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellante kon onvoldoende medische onderbouwing leveren om hiervan af te wijken.
De Raad paste artikel 7:12 Awb Pro toe en passeerde een schending omdat het gebrek in het bestreden besluit niet leidde tot benadeling. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en kende een forfaitaire proceskostenvergoeding toe aan appellante, waarbij een bovenforfaitaire vergoeding werd geweigerd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot afwijzing van de WIA-aanvraag blijft in stand.