Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Na vernietiging van een eerder besluit heeft het college een nieuw onderzoek naar de rijvaardigheid en rijgeschiktheid laten uitvoeren. Appellant is niet geslaagd voor deze rijtest, waardoor het college de aanvraag heeft afgewezen.
Appellant voerde aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zijn kwetsbaarheid bij het plannen van de rijtest, wat tot stress en een blessure leidde. Dit verweer werd door de Raad verworpen omdat de testresultaten niet werden betwist en geen aanwijzingen waren dat het college nalatig was geweest. Het beroep tegen het besluit van 16 april 2024 werd ongegrond verklaard.
Daarnaast werd het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels een nieuw besluit was genomen. De Raad oordeelde dat de procedure langer dan de redelijke termijn had geduurd, waardoor zowel het college als de Staat werden veroordeeld tot een schadevergoeding. Ook werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.