ECLI:NL:CRVB:2024:1397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens langer verblijf in buitenland zonder toestemming
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en heeft een aanvraag ingediend voor verblijf in het buitenland van 2 maart tot 3 juni 2022. Het college heeft de bijstand vanaf 1 april 2022 geblokkeerd en met besluit van 29 april 2022 de bijstand ingetrokken vanwege het overschrijden van de toegestane 28 dagen verblijf in het buitenland.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante tegen dit besluit afgewezen, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat zij erop mocht vertrouwen dat zij langer in het buitenland mocht verblijven, mede door contacten van derden met medewerkers van de gemeente Eindhoven. De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het college toezeggingen heeft gedaan of gedragingen heeft verricht waaruit zij redelijkerwijs mocht afleiden dat het langere verblijf niet zou worden tegengeworpen.
Verder is vastgesteld dat appellante niet daadwerkelijk toestemming heeft gekregen en dat zij volgens het toekenningsbesluit melding moest maken van langer verblijf. Telefonisch is bevestigd dat een langer verblijf alleen mogelijk is bij bijzondere medische redenen, die met bewijsstukken moeten worden aangetoond.
De Raad wijst erop dat aan uitlatingen van anderen dan medewerkers van de gemeente geen in rechte te honoreren vertrouwen kan worden ontleend. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens langer verblijf in het buitenland zonder toestemming blijft in stand.