ECLI:NL:CRVB:2024:1335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden nagelstyliste
Appellanten ontvingen sinds 2014 bijstand op grond van de Participatiewet. Tijdens de bijstandverlening verrichtte appellante werkzaamheden als nagelstyliste zonder dit aan het college te melden, waarmee zij hun inlichtingenverplichting schonden. Een onderzoek door de gemeente Sittard-Geleen leidde tot een besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over twee periodes, waarvan alleen de periode van 1 februari tot en met 31 december 2019 in hoger beroep werd betwist.
Appellanten erkenden het niet melden van de werkzaamheden, maar stelden dat het recht op bijstand schattenderwijs kon worden vastgesteld op basis van door hen verstrekte gegevens, waaronder klantverklaringen en een overzicht van inkomsten. De rechtbank en de Raad oordeelden dat deze gegevens onvoldoende concreet en betrouwbaar waren om het recht op bijstand te schatten.
De Raad benadrukte dat bij schending van de inlichtingenplicht het recht op bijstand, indien mogelijk, schattenderwijs moet worden vastgesteld op basis van concrete gegevens over duur en omvang van werkzaamheden en inkomsten. In deze zaak ontbraken zulke betrouwbare gegevens. Daarom bleef de intrekking en terugvordering van de bijstand in stand. Appellanten kregen geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak bevestigt dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht een rechtsgrond vormt voor intrekking en terugvordering van bijstand en dat een schattenderwijze vaststelling alleen mogelijk is bij voldoende concrete gegevens. De zaak onderstreept het belang van volledige en tijdige informatieverstrekking aan het college.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd omdat het recht op bijstand niet schattenderwijs kan worden vastgesteld.