ECLI:NL:CRVB:2024:1299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Ziektewet-uitkering wegens niet naleven reintegratieverplichtingen
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek na een auto-ongeval en kreeg een re-integratieplek toegewezen. Hij verscheen niet op de re-integratieplek en nam geen contact op met de verzuimspecialist, waarop het UWV besloot zijn ZW-uitkering met 25% te verlagen voor vier maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant zijn verplichtingen niet was nagekomen en dat de maatregel passend en proportioneel was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich ziek had gemeld en dat de maatregel onevenredig was, mede vanwege corona-maatregelen die werkhervatting onmogelijk maakten.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij zich ziek had gemeld en dat het UWV terecht de maatregel had opgelegd. De financiële gevolgen van de maatregel vormden geen dringende reden om hiervan af te zien. Het hoger beroep werd verworpen en de verlaging van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De verlaging van de ZW-uitkering met 25% gedurende vier maanden wordt bevestigd.