ECLI:NL:CRVB:2024:1238
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugwerkende bijstand vóór datum WW-aanvraag
Appellant had een WIA-uitkering aangevraagd die op 14 december 2020 werd afgewezen. Vervolgens vroeg hij een WW-uitkering aan, welke op 5 mei 2021 werd afgewezen. Op 19 mei 2021 meldde appellant zich voor bijstand met een gewenste ingangsdatum van 26 augustus 2020. Het college kende bijstand toe vanaf 19 mei 2021, later vastgesteld op 4 mei 2021, de datum van de WW-aanvraag.
Appellant stelde dat hij al op 13 januari 2021 een WW-aanvraag had ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor een eerdere aanvraag, mede omdat het UWV deze aanvraag niet had geregistreerd en de brief van het UWV tegenstrijdige informatie bevatte. Ook werd niet aannemelijk gemaakt waarom appellant pas na ruim drie maanden navraag deed.
Het beroep op afspraken tussen gemeenten en uitvoeringsinstellingen om inkomensgaten te compenseren werd door het college weersproken en onvoldoende onderbouwd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Bijstand wordt toegekend vanaf 4 mei 2021; verzoek tot terugwerkende bijstand vanaf 13 januari 2021 wordt afgewezen.