ECLI:NL:CRVB:2024:119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes door CAK wegens niet afsluiten zorgverzekering ondanks aanmaningen
Appellant woonde sinds 18 juli 2018 in Nederland en werd door het CAK bij brief van 30 november 2018 gewezen op zijn verplichting om binnen drie maanden een zorgverzekering af te sluiten. Na het niet tijdig voldoen hieraan legde het CAK op 7 maart 2019 een boete op, gehandhaafd bij besluit van 16 mei 2019.
Later ontving appellant opnieuw een aanmaning op 3 juli 2020, gevolgd door een tweede boete op 12 oktober 2020, gehandhaafd bij besluit van 15 februari 2021. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen beide boetes ongegrond, waarbij werd aangenomen dat de aanmaningsbrieven correct waren verzonden en ontvangen, en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat het CAK het risico had genomen de aanmaning per gewone post te verzenden en dat hij wel verzekerd was via een Europese verzekering tot november 2020. Ook stelde hij dat de inschrijving bij PNOzorg onterecht was en dat automatische gegevensverwerking tot problemen leidde.
De Raad oordeelde dat het op de appellant rust om ontvangst van de aanmaningen te ontzenuwen en dat het tijdsverloop van drie maanden dit niet anders maakt. De aangevoerde bijzondere omstandigheden en de verzekeringen bij OOM en PNOzorg werden niet als voldoende geacht om de boetes te matigen. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en de boetes bleven in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boetes van het CAK wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering en wijst het hoger beroep van appellant af.