Uitspraak
PROCESVERLOOP
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1935, diende in augustus 1979 een aanvraag in voor erkenning als vervolgde op grond van de Wuv, welke in 1981 werd afgewezen. In februari 2022 verzocht appellant om herziening en aanspraken op grond van de Wubo. Verweerder herzag het eerdere besluit en kende per 1 februari 2022 aanspraken toe op basis van de Wubo, omdat deze gunstiger waren.
Appellant betwistte de ingangsdatum van de toekenningen en stelde aanspraak te maken op terugwerkende kracht vanaf augustus 1979. De Raad oordeelde dat samenloop van aanspraken op Wuv en Wubo niet mogelijk is en dat de ingangsdatum primair wordt bepaald door de datum van aanvraag. Geen ambtelijke fout werd vastgesteld bij de oorspronkelijke afwijzing in 1981.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de ingangsdatum van 1 februari 2022 correct is vastgesteld. Tevens werd het beroep op het evenredigheidsbeginsel verworpen omdat de wet dwingend voorschrijft dat een aanvraag vereist is. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de toekenningen blijft 1 februari 2022.