ECLI:NL:CRVB:2015:2339
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellant, geboren in 1940 in Nederlands-Indië, vroeg in 2008 en opnieuw in 2011 om toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel werd erkend dat appellant oorlogsgeweld had ondervonden, werd een periodieke uitkering geweigerd omdat de werkbeëindiging niet aan de oorlogsinvaliditeit werd toegeschreven.
De Raad oordeelde dat de lichamelijke klachten en persoonlijkheidsproblematiek van appellant niet in causaal verband staan met het oorlogsgeweld. Medisch advies ondersteunde dit standpunt, en er waren geen tegenstrijdige medische gegevens ingebracht. Ook het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de toeslag werd afgewezen, omdat er geen ambtelijke fout was gemaakt.
Verder werd vastgesteld dat de werkbeëindiging in 2000 niet het gevolg was van de oorlogsinvaliditeit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding van €1.500 wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.