ECLI:NL:CRVB:2024:115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek bijstand en boetebesluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het college om herziening van vier besluiten uit 2013 tot en met 2015 betreffende bijstandsverlening, terugvordering en een boete. Het college wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat namens het college tijdens een hoorzitting in 2016 een toezegging was gedaan tot inhoudelijke herbeoordeling van de besluiten. De Raad oordeelde dat deze toezegging niet aannemelijk was en dat de uitlatingen tijdens de hoorzitting slechts betrekking hadden op het doorlopen van het dossier en niet op een volledige heroverweging van de besluiten.
Verder voerde appellant aan dat het college onzorgvuldig had gehandeld door niet te reageren op brieven van het UWV, wat tot dubbele uitkeringen en terugvordering leidde. De Raad vond dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en dat het college dit had betwist met bewijs van tijdige reactie.
De Raad concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een inhoudelijke herziening rechtvaardigden en dat de besluiten in rechte vaststaan. Het verzoek om herziening was daarmee terecht afgewezen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.