ECLI:NL:CRVB:2024:1064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- J. Brand
- M.A.H. van Dalenvan Bekkum
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning studiefinanciering en dwangsom bij niet-tijdige beslissing migrerende EU-student
Appellante, een migrerende EU-student, diende een wijzigingsaanvraag studiefinanciering in per 31 augustus 2021. De minister kende studiefinanciering toe over diverse perioden, maar stelde voor sommige maanden dat nog geen beslissing kon worden genomen wegens ontbrekende gegevens. Appellante stelde de minister in gebreke vanwege vermeende niet-tijdige besluitvorming en vorderde een dwangsom.
De rechtbanken oordeelden dat de minister geen onrechtmatige vertraging had begaan en dat de wijze van toekenning aan migrerende werknemers niet discriminerend of ontoelaatbaar was. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraken en betoogde onder meer dat de minister onduidelijk had gehandeld en dat zij recht had op een expliciete beslissing over alle onderdelen van haar aanvraag.
De Raad legt in deze uitspraak het systeem van studiefinancieringstoekenning uit, benadrukt de noodzaak van expliciete beslissingen per component en tijdvak, en bevestigt dat de minister conform de wettelijke termijnen en voorwaarden heeft gehandeld. De Raad wijst het beroep van appellante af en bevestigt de aangevallen uitspraken, waarmee geen dwangsom is toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minister studiefinanciering correct heeft toegekend en dat geen dwangsom is verbeurd.