ECLI:NL:CRVB:2023:944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, voormalig magazijnmedewerkster, meldde zich ziek met rugklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar chronische pijnklachten en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Er was geen medische onderbouwing voor een urenbeperking of zwaardere beperkingen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen inzichtelijk toegelicht en ook psychische klachten meegewogen. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies, waaronder die van inpakker, medisch geschikt waren ondanks een marginale overschrijding van staan en lopen.
De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat appellante geschikt is voor de functies en dat er geen aanleiding is voor een urenbeperking. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.