ECLI:NL:CRVB:2023:913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens verblijf buitenland langer dan vier weken
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet maar verbleef van 4 januari tot 27 mei 2019 in Turkije vanwege de medische situatie van haar zoon. Het college trok de bijstand per 2 februari 2019 in omdat zij langer dan vier weken buiten Nederland verbleef. Appellante vroeg bijzondere bijstand voor haar vaste lasten over die periode, maar het college wees dit af wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit. In hoger beroep stelde appellante dat zij zich in een acute noodsituatie bevond vanwege de toestand van haar zoon en daarom recht had op bijstand. De Raad oordeelde dat appellante deze acute noodsituatie niet aannemelijk had gemaakt, mede omdat zij geen medische gegevens kon overleggen en haar psychische nood onvoldoende onderbouwde.
De Raad concludeerde dat de wettelijke uitzondering voor zeer dringende redenen niet van toepassing was en bevestigde het bestreden besluit. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De afwijzing van de bijzondere bijstand blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand wordt afgewezen omdat appellante langer dan vier weken buiten Nederland verbleef en geen acute noodsituatie aannemelijk maakte.