ECLI:NL:CRVB:2023:88
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college over bijstand en ingangsdatum na melding daklozenteam
Appellant keerde op 4 maart 2020 terug uit het buitenland en bezocht op 13 maart 2020 het dak- en thuislozen spreekuur van de gemeente Groningen om een briefadres te verkrijgen. Hij vroeg bijstand aan met ingang van 27 maart 2020, maar het college verleende deze pas vanaf 1 mei 2020 omdat appellant zich formeel pas op 7 april 2020 meldde en in april 2020 een bijschrijving op zijn bankrekening ontving.
Appellant stelde dat hij zich al op 13 maart 2020 meldde en dat de bijschrijving van €1.000,- een lening voor levensonderhoud betrof, waardoor bijstand vanaf 27 maart 2020 zou moeten worden toegekend. De Raad oordeelde dat appellant zich op 13 maart niet meldde in de zin van artikel 44 PW Pro, omdat zijn adres toen niet was geregistreerd.
Verder werd geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de bijschrijving een lening was met concrete terugbetalingsverplichting en bedoeld voor levensonderhoud. De schriftelijke verklaring van de geldschieter was niet overtuigend en werd pas laat overgelegd. De bijschrijving werd daarom terecht als inkomen aangemerkt.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Groningen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bijstand werd terecht toegekend met ingang van 1 mei 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college heeft bijstand terecht toegekend met ingang van 1 mei 2020.