ECLI:NL:CRVB:2023:879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
De zaak betreft het hoger beroep tegen de weigering van een WIA-uitkering door het UWV. De Centrale Raad van Beroep oordeelde in een tussenuitspraak dat het medisch onderzoek in de bezwaarfase niet zorgvuldig was uitgevoerd, omdat de verzekeringsarts volstond met een telefonisch contact zonder spreekuurcontact. Dit was onvoldoende gezien de klachten van appellant en diens beperkte taalvaardigheid.
Het UWV voerde vervolgens een aanvullend spreekuuronderzoek uit, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellant lichamelijk en psychisch onderzocht. Het rapport van 23 januari 2023 concludeerde dat de beperkingen van appellant niet afweken van eerdere beoordelingen, behalve de schouderklachten die na de datum in geding waren geopereerd.
Appellant voerde aan dat het onderzoek nog steeds onzorgvuldig was omdat verbeteringen in zijn gezondheid niet waren meegenomen, maar de Raad verwierp dit. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het medisch oordeel van het UWV juist is en dat de functies waarop de schatting is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellant.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, met behoud van rechtsgevolgen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd vanwege herstel van het medisch onderzoek en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.