Uitspraak
22.1784 WIA
mr. J.M. Breevoort.
OVERWEGINGEN
ZW-uitkering is vanaf 26 oktober 2019 hersteld.
WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij met ingang van die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als medewerker catering, meldde zich ziek met knie- en psychische klachten en ontving aanvankelijk een werkloosheidsuitkering. Het UWV beëindigde de Ziektewet-uitkering, maar herstelde deze na bezwaar. Bij de aanvraag van een WIA-uitkering stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde een arbeidsdeskundige dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het UWV weigerde daarom de WIA-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, ook al vond het spreekuur telefonisch plaats. De verzekeringsarts had gemotiveerd waarom een fysiek onderzoek niet nodig was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar langdurige klachten en dat zij niet fysiek was onderzocht, maar de Raad verwierp deze gronden.
De Raad benadrukte dat het telefonisch spreekuur als zorgvuldig onderzoek kan gelden mits goed gemotiveerd. De FML hield rekening met alle relevante klachten en de aanvullende medische stukken waren niet gericht op de situatie per datum in geding. Het UWV had voldoende gemotiveerd dat de voorbeeldfuncties medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.