ECLI:NL:CRVB:2023:448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in restaurant
Appellanten ontvingen sinds 2004 bijstand, maar het college startte in 2017 een onderzoek naar niet gemelde werkzaamheden van appellant in het restaurant van zijn zonen. Uit waarnemingen, verklaringen van getuigen en sociale recherche bleek dat appellant gedurende lange tijd diverse werkzaamheden verrichtte die normaal gesproken een beloning rechtvaardigen.
De rechtbank wees de beroepen tegen de besluiten tot blokkering, intrekking en terugvordering van bijstand af. Appellanten voerden onder meer aan dat de digitale deelname van een rechter aan de zitting onrechtmatig was en dat de verklaringen tijdens het strafrechtelijk onderzoek niet gebruikt mochten worden. De Raad oordeelde dat er geen grondslag was voor de digitale zitting, maar appellanten niet benadeeld waren omdat zij geen aanhoudingsverzoek hadden gedaan.
Verder verwierp de Raad de bezwaren tegen het gebruik van verklaringen en stelde vast dat appellant op geld waardeerbare werkzaamheden had verricht, ongeacht het ontbreken van loon. Ook de medische situatie van appellant bood geen grond om af te zien van terugvordering. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en de besluiten van het college.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare werkzaamheden.