Uitspraak
20 2894 WAO
PROCESVERLOOP
.
OVERWEGINGEN
WAO-uitkering toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak heeft.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2001 een WAO-uitkering vanwege klachten na een auto-ongeluk. Na een CVA in 2006 werd haar uitkering in 2007 ingetrokken na een beoordeling door een verzekeringsarts, die beperkte fysieke en psychische beperkingen vaststelde. Appellante meldde zich in 2018 met nieuwe medische diagnoses waaronder het hypermobiel Ehlers-Danlos syndroom (hEDS) en vroeg herleving van haar uitkering.
Het UWV voerde een dossieronderzoek uit en concludeerde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herbeoordeling rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de diagnose hEDS geen nieuw feit is dat het eerdere besluit onjuist maakt. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen eerlijk proces had gehad en dat medische informatie over beperkingen uit eerdere jaren niet was meegenomen.
De Raad heropende het onderzoek en liet het UWV reageren op medische stukken uit 2008 en 2012. De verzekeringsarts concludeerde dat deze gegevens niet leiden tot meer beperkingen dan eerder vastgesteld. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde voor toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering, zoals vereist voor herleving volgens artikel 43a WAO.
De Raad bevestigde het bestreden besluit, oordeelde dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd heeft gehandeld, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd afgewezen met verbetering van de motivering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.