Uitspraak
20 2969 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
29 juni 2019 niet meer als studerende kon worden aangemerkt en daarom kosten delende medebewoner was.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW). Hij ontving bijstand volgens de kostendelersnorm, aangepast na wijzigingen in het huishouden. Uit onderzoek bleek dat zijn zoon vanaf 28 juni 2019 geen opleiding meer volgde, waardoor hij weer als kosten delende medebewoner moest worden aangemerkt. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag terug, tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van deze wijziging.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij de inlichtingenplicht had geschonden en de boete terecht was opgelegd. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de inlichtingenplicht niet had geschonden, dat de normwijziging hem onder het bestaansminimum bracht en dat het college eerder had moeten ingrijpen.
De Raad oordeelde dat appellant op de hoogte was van de beëindiging van de opleiding van zijn zoon en dit had moeten melden. Er was geen sprake van een zeer bijzondere situatie die maatwerk vereiste. Het college had niet te lang gewacht met de normwijziging en appellant kon de kosten delen met zijn zoon. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en de boete wegens het niet melden van het beëindigen van de opleiding van de zoon.