ECLI:NL:CRVB:2023:2477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij geschil over afgesloten periode huishoudelijke hulp
Appellante ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) huishoudelijke hulp van Rogplus voor de periode 31 oktober 2016 tot en met 30 oktober 2021. Bij besluit van 15 november 2019 werd de maatwerkvoorziening herzien en omgezet in een algemene voorziening schoon huis tot 31 december 2021, waarbij de hulp werd teruggebracht van drie naar twee uur per week. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar Rogplus handhaafde het.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit. Appellante ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve vast dat er geen procesbelang aanwezig was. Dit omdat het geschil betrekking heeft op een afgesloten periode in het verleden, waarin appellante conform haar wens de hulp bleef ontvangen. Tevens is niet gesteld dat zij extra kosten heeft gemaakt of dat het oordeel van belang is voor toekomstige perioden.
De Raad overwoog dat een principieel belang onvoldoende is voor procesbelang. Bovendien is de gezondheidssituatie van appellante verslechterd, waardoor een toekomstige aanspraak op huishoudelijke hulp op andere gronden zal worden beoordeeld. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.