Uitspraak
20 1509 WMO15
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat het college aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 131,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 en stuurde een brief aan het college waarin zij klaagde over de wijze van uitbetaling van leefgeld, stellende dat dit niet voldeed aan haar zelfredzaamheid en het doel van de Wmo 2015. Zij verzocht het college handhavend op te treden. Vervolgens stelde zij het college in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar verzoek en startte een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat meningsverschillen over het beleid bij een aanbieder volgens haar geen bestuursrechtelijke aangelegenheid vormden. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het college een besluit had moeten nemen en dat de rechtbank de verbeurde dwangsom had moeten vaststellen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was. De brief van appellante kwalificeerde als een melding onder artikel 2.3.2 Wmo 2015, waardoor het college onderzoek had moeten verrichten. Omdat het college geen onderzoek verrichtte en appellante geen aanvraag indiende binnen zes weken, was de beslistermijn van artikel 2.3.5 Wmo 2015 nog niet aangevangen. Hierdoor was de ingebrekestelling te vroeg en had de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen inhoudelijke beslissing genomen over de overige verzoeken van appellante. Het betaalde griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.