ECLI:NL:CRVB:2023:24
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet tijdige uitbetaling bijstand en gebrek aan causaal verband
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg deze bij besluit van 7 april 2016 ingetrokken vanwege het niet verschijnen op gesprekken. Hoewel het college dit besluit later herroept en de bijstand nabetaalt, verzocht appellant om vergoeding van immateriële schade wegens dakloosheid die hij aan het besluit toeschrijft.
De rechtbank Rotterdam wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het onrechtmatige besluit de oorzaak was van zijn dakloosheid. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Appellant had al vóór het besluit van 7 april 2016 dakloosheid gesteld, waardoor het causaal verband ontbreekt.
Daarnaast overweegt de Raad dat het niet tijdig verstrekken van bijstand slechts in uitzonderlijke gevallen een ernstige inbreuk op het privéleven vormt die een aantasting in de persoon rechtvaardigt. In dit geval is daarvan geen sprake gebleken. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat appellant het causaal verband met het onrechtmatige besluit niet heeft aangetoond en geen ernstige aantasting in zijn persoon is vastgesteld.