ECLI:NL:CRVB:2023:2290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor beheer kosten persoonsgebonden budget
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van beheer van haar persoonsgebonden budget (pgb). Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd. Appellante betoogde dat zij vanwege een spoedige verhuizing en lange wachtlijsten geen zorg in natura (ZIN) kon ontvangen en daarom aangewezen was op een pgb.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. In hoger beroep stelde appellante dat haar keuze voor een pgb niet vrijwillig was, maar noodzakelijk vanwege haar situatie. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij onderzoek heeft gedaan naar alternatieven voor zorg in natura en dat zij niet heeft onderbouwd welke pogingen zij heeft gedaan om ZIN te verkrijgen.
De Raad concludeerde dat de keuze voor zorg via een pgb niet als noodzakelijk kan worden aangemerkt en dat het college de afwijzing terecht heeft gehandhaafd. Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de beheerskosten van het pgb wordt bevestigd.