ECLI:NL:CRVB:2023:219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaste gedragslijn ervaringseis bij sollicitatie naar functie adjudant-onderofficier
Appellant, een sergeant-majoor met 9 jaar en 2 maanden ervaring, solliciteerde in 2021 op twee functies van adjudant-onderofficier (Aoo) binnen de Koninklijke Landmacht. Deze functies vereisten volgens de staatssecretaris minimaal 13 jaar ervaring in de rang van sergeant-majoor, een vaste gedragslijn die consistent wordt toegepast om een evenwichtige personeelsopbouw te waarborgen.
De staatssecretaris wees appellant af omdat hij niet voldeed aan deze ervaringseis. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de staatssecretaris beoordelingsvrijheid heeft bij het stellen van functie-eisen, en dat de ervaringseis niet in strijd is met de Beleidsnota Loopbaanmogelijkheden Officieren en Onderofficieren KL uit 2006.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de ervaringseis geen harde eis is maar een voorkeur, en dat de Beleidsnota ruimte biedt voor nadere regels zoals de vaste gedragslijn. Er was geen sprake van willekeur of onredelijkheid, en appellant bracht geen bijzondere omstandigheden aan om van de gedragslijn af te wijken.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; de ervaringseis van 13 jaar sergeant-majoor is rechtmatig toegepast.