ECLI:NL:CRVB:2023:2113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot terugwerkende Wajong-uitkering voor 2010
Appellant heeft in 2010 een Wajong-uitkering toegekend gekregen met ingang van 5 oktober 2010. In 2020 verzocht hij om deze uitkering terug te laten gaan tot 15 juni 2010, wat het UWV heeft opgevat als een verzoek tot herziening van het besluit van 2010 en heeft afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toepaste om het verzoek af te wijzen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij destijds niet in staat was bezwaar te maken en dat het UWV onterecht het herzieningsverzoek op grond van artikel 4:6 Awb Pro afwees.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat geen sprake was van een inhoudelijk primair besluit en dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. Ook werd het overgelegde behandeloverzicht niet in aanmerking genomen omdat dit te laat was ingebracht. Het bestreden besluit was niet evident onredelijk. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot terugwerkende Wajong-uitkering wordt afgewezen.