ECLI:NL:CRVB:2023:2083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 65,25% door UWV
Appellant, voormalig timmerman, meldde zich ziek met schouder-/nekklachten en later met een hersentumor. Het UWV stelde aanvankelijk zijn arbeidsongeschiktheid vast op 60,60%, later verhoogd naar 65,25% na bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar liet het tweede besluit in stand.
Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, zoals het effect van het medicijn Oxazepam en beperkte visueel constructieve vermogens. De Raad oordeelt dat het UWV deze aspecten adequaat heeft meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de beperkingen juist en inzichtelijk zijn vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige onderbouwing van de geschiktheid voor bepaalde functies werd bevestigd.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het besluit van het UWV. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 november 2023.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 65,25% per 1 november 2019 wordt bevestigd.